Ontwerp van kleine model­spoor­banen

Baantje onder de kerstboom

Baantje onder de kerstboom
[100×100 cm²]
 Bovenste niveau
 Tussenniveau
 Onderste niveau

Deze pagina’s bevatten beschrijvingen van modelspoor­banen, die ook daadwerkelijk gebouwd zijn. Deze baantjes tonen aan dat de plannen van de vorige pagina’s ook werkelijkheid kunnen worden. Deze pagina toont een baantje dat door een lezer van deze website is toegestuurd.

Voor een modelbaantje onder een kerstboom heeft Daan Biessels een ontwerp gemaakt van een kleine “point-to-point”-spoorweg met een tweetal kopstationnetjes en een hoogteverschil van 16 cm op een ruimte van 1 vierkante meter.

Baantje onder de kerstboom
Constructie

Het ontwerp is gebaseerd op Märklin M-rails. Toen alles op papier werd getekend bleek alles te kloppen qua ruimte en hellingshoeken, maar de praktijk moest uitwijzen of de railspiraal met Märklin 5120 (r=286 mm) wel zou werken. Volgens de berekening moet het rond de 5 cm per meter uitkomen, testjes op een proefbaantje gaven een soortgelijke uitkomst, maar het is en blijft redelijk stijl. Natuurlijk zijn de stationnetjes niet geschikt voor sneltreinen en zullen kleine lokaalbaanstoomlokjes het werk moeten doen, maar een echt spoorwegbedrijf is mogelijk.

De tafel voor de baan is 1 meter lang en 1 meter breed, tussen de uiteinden van beide stations is er een inkeping van 40 cm diep in beide richtingen. De inkeping is nodig omdat de baan in ons huis om een hoek van een muur heen moet passen. De inkeping vormt tevens een mooie, natuurlijke scheiding tussen de beide stations. De hoeken zijn op de baan flink afgerond om de baan zo klein mogelijk te houden. In het midden zit onder de berg een zware constructie zodat de kerstboom op een nog te monteren houder in het ronde plateau past. Een groot gebouw kan over de houder gezet worden als de kerstboom opgeborgen is.

Tussen de beide stations zit op deze manier ruim 3½ meter rijlengte en dat is behoorlijk voor een kleine oppervlakte. Het profiel van vrije ruimte is bewust wat groot gehouden om de sporen toegankelijk te houden.

De baan is op pootjes gezet. Van stukjes boomschors heeft Daan een rotswand gemaakt. Een lawinegalerij aan de ingang bij het dalstation en, een halve slag voor het bergstation, een tunnelportaal zorgen voor een spectaculair stukje bergspoorweg. De eerste sneeuw is ook gevallen (gips met plakkaatverf) en de rails zijn ook ondergesneeuwd. In de praktijk blijkt alles goed te werken. Blijven steken door contactproblemen is er niet bij. Het Märklin systeem zorgt ervoor dat er alleen een haakje nodig is om de koppelingen los te maken.

Op één spoor in het dal en één spoor op de berg zit eenmomentschakelaar, die een tijdrelais activeert, zodra de trein ertegenaan rijdt. Het tijdrelais zorgt dan voor een afschakeling van de rijspanning, vervolgens een puls van 24 volt gedurende 2 seconde en het weer aanschakelen van de rijspanning. Hierdoor kan er een trein vanzelf tussen het dal en bergstation heen en weer pendelen.

Exploitatie

De exploitatie kan uitgevoerd worden met één locomotief. Deze locomotief zal vanuit het dal naar de top moeten rijden en terug, met de lok naar het dal gericht. De kleine sporen die naar de spiraal wijzen zijn de loksporen waar de lok neergezet kan worden. In het voorbeeld met één locomotief zal het onderste verzorgingsspoor echter niet gebruikt worden en ook zal het rangeren zeer beperkt zijn vanwege het ontbreken van een omrijdspoor. Er kan hooguit een wagon op het verzorgingsspoor gezet worden. Boven kan er wel gerangeerd worden en kan de lok het verzorgingsspoor gebruiken. Met één locomotief beperkt het spel zich op het bergstation of op het dalstation.

In de ideale situatie kunnen drie kleine locomotiefjes om beurten een trein bij elkaar zoeken en naar het andere station rijden. Ook kan de baan eventueel ingericht worden voor twee machinisten, die ieder een station voor hun rekening nemen. Ieder station heeft een eigen transformator en een klein schakelpaneel voor het aan- en afschakelen van de sporen. Door een sein bij de uitrit van het andere station te plaatsen, kun je de machinist op het andere station laten weten of je een trein kunt ontvangen. Een dobbelsteen bepaalt de samenstelling van de trein. De nummers 1 t/m 6 corresponderen ieder met een wagon, de trein wordt drie wagenslang. De wagens staan door elkaar heen. Het rangeren is door de twee sporen relatief eenvoudig: gewoon uithalen en selecteren. De trein rijdt naar beneden, stopt en rijdt weer naar boven. Daarna begin je weer opnieuw.

Het verloop kan er als volgt uitzien: Op elk verzorgingsspoor staat een locomotief. De derde locomotief staat op een station. Waar de derde locomotief staat wordt de trein samengesteld. Hiervoor moeten er minimaal negen wagons in het spel zijn (drie per station en drie in de trein). Gooi twee keer de dobbelsteen en rangeer je trein bij elkaar. Rijdt met de trein naar het andere station. Op elk station is er een spoor waarvan het einde stroomloos gezet kan worden (het verzorgingsspoor natuurlijk ook). Dit spoor rijdt je in. De locomotief wordt stroomloos gezet en de dobbelsteen wordt geworpen. Rangeer met het locomotiefje uit het verzorgingsspoor je nieuwe trein bij elkaar en rijdt terug naar het andere station. De locomotief op het stroomloze stuk wordt nu naar het verzorgingsspoor gereden. (Natuurlijk moet de vertrekkende lok zorgen voor een vrije doorgang.) En het spel verplaatst weer naar het andere station. De wagons zelf hebben geen vast nummer. Het gooien van de dobbelsteen bepaalt, van links naar rechts en van boven naar onder op de sporen van het station, welke wagon er gebruikt moet worden.

Met twee machinisten kan het volgende bedrijf worden afgewikkeld. De treinsamenstelling en de regels zijn hetzelfde, maar nu staat er bij elk station een uitrijsein bij het spoor naar de railspiraal. Ieder station heeft een eigen rijregelaar met 3 schakelaars: 1. verzorgingsspoor aan/uit; 2. stationsspoor aan/uit; 3. signaal halt/vrij. In de spiraal zitten twee schakelbare secties die verbonden zijn met de seinen. Elke machinist zorgt nu zelf voor het vrijmaken van de sporen en het omrijden van de locomotief naar het verzorgingsspoor en geeft daarna aan het station met de vertrekkende trein het sein veilig. Het signaal schakelt de stroom van de sectie in de railspiraal aan en het station aan de andere kant krijgt groen licht. De trein kan dan naar het andere station alwaar de andere machinist een nieuwe trein bij elkaar rangeert met de beschikbare wagens.

Fotogalerij
Baantje onder de kerstboom: Ruwbouw van de tafel (1) Baantje onder de kerstboom: Ruwbouw van de tafel (2) Baantje onder de kerstboom: Ruwbouw van de tafel (3) Baantje onder de kerstboom: Ruwbouw van de tafel (4) Baantje onder de kerstboom: Bouw van het landschap (1) Baantje onder de kerstboom: Bouw van het landschap (2) Baantje onder de kerstboom: Bouw van het landschap (3) Baantje onder de kerstboom: Bouw van het landschap (4) Baantje onder de kerstboom: Bouw van het landschap (5) Baantje onder de kerstboom: Eindresultaat (1) Baantje onder de kerstboom: Eindresultaat (2) Baantje onder de kerstboom: Eindresultaat (3)

— Advertentie —