Ontwerp van kleine model­spoor­banen

Een half station

Een half station [300×50 cm²]
 Stationsgebouwen
 Lokloods
 Fabriek
 Viaduct
 “Fiddle Yard” met rolbrug

Het uitbeelden van aan groot stadsstation is altijd moeilijk. De omvang van de emplacementen is dusdanig groot, dat het eigenlijk alleen kan op tentoon­stellings­banen. Of in zeer grote kelders. Maar zeker niet voor kleine of middelgrote model­banen. Mijn collega-baanplan­ontwerpers hebben daarvoor een list bedacht. Zoals Gernot Balcke bij zijn ontwerp genaamd “Anlage Lohbrügge” [Balcke, Gernot: em Modellbahn BauPraxis – Ideen - Konzepte - Gleispläne]. Waarom niet aleen één helft van het station nagebeeld. Wanneer de perron­sporen zijn overkapt door een stations­over­kapping, kunnen de sporen onder die over­kapping scherp wegbuigen, terwijl ze rechtdoor lijken te gaan.

Maar voor echt kleine model­banen zijn zelfs kleine stations een probleem. Ook deze kunnen lang zijn. Meestal heb je wel zo’n drie meter nodig om een redelijk station na te bootsen. Als je tenminste perron­sporen met een redelijke lengte wil. En drie meter kan al veel zijn. Dus dacht ik: als ik ook een klein station in tweeën splits en alleen één kant nabeeld, past het station misschien wel op twee meter lengte.

Meer dan dertig jaar geleden heb ik dit idee uitgewerkt. Het doel was om enkele modules te maken, die ook zelfstandig gebruikt konden worden. Zodat er op deze modules een treinbedrijf nagebootst kan worden, zonder dat de modules onderdeel zijn van een grotere modulebaan. Het concept heeft nooit tot concreet resultaat geleid, maar dit ontwerp is er wel uit ontstaan.

Het ontwerp is een eindstation. Veel eindstations van zijlijnen zien er hetzelfde uit als doorgangsstations. Dit omdat de lokomotieven moeten kunnen omrijden. Ze moeten van het ene eind van de trein naar het andere eind gerangeerd worden. (Wordt alleen met treinstellen gereden, zoals in Nederland, is omrijden niet nodig en bestaat het station alleen uit een of meerdere kopsporen.) In mijn geval heb ik er verhaal bijverzonnen dat het station eigenlijk niet als eindstation gebouwd is, maar dat de doorgaande lijn na dit station later is afgekapt of is nooit doorgetrokken.

Het stationnetje  heeft drie stationssporen. Verder een lokloods  en twee fabriekssporen  voor het nodige rangeerwerk. Misschien is de aanwezigheid van de fabriek wel de reden waarom er op dit station nog een treindienst is. Dat dit station eigenlijk als doorgangsstation is ontworpen, blijkt ook uit de plaats van het wegviaduct . Bij een “echt” eindstation zou men nooit een dure brug daar bouwen, maar de weg hebben omgelegd. Gelukkig staat de brug daar, omdat deze nu het zicht op de andere helft van het station wegneemt. En met een reden, want die helft bestaat alleen uit een “fiddle yard” met een rolbrug met opstel­sporen: het schaduw­station .

Het railsysteem is Peco 00/H0. Streamline Code 100 of Finescale Code 75, wat u wilt. Ik heb geen lijst met artikelnummers gemaakt. Dit railsysteem bevat alleen wissels en flexrails. Je moet enig gevoel voor geometrie hebben om met dit systeem te kunnen bouwen.

Oplettende lezers hebben gezien dat ik boven­leidings­portalen heb getekend. Het ontwerp is oorspronkelijk bedoeld voor een Zwiterse modelbaan. Daar zijn bijna alle spoortrajecten van bovenleiding voorzien. In Zwitserland vindt nog relatief veel goederenvervoer per spoor plaats, ook naar kleinere aansluitingen. En er zijn ook nog veel zijlijnen in bedrijf. Een ideaal voorbeeld voor modelspoor­banen.

Een half station in perspectief

— Advertentie —