Ontwerp van kleine model­spoor­banen

Opschalen

Lokaalbaanmaterieel1m² modelbaan
[100×100 cm²]
 Station
 Steenslagfabriek
 Kantoorgebouw
 Overgavespoor
 Fabrieksgebouw

Voordat ik u allerlei baanplannen toon, wil ik eerst twee zaken illustreren die, volgens mij, belangrijk zijn bij het ontwerpen van kleine model­banen. Op de volgende pagina’s zal ik het er vaak over hebben: bij het vergroten van de oppervlakte van de baan met hetzelfde sporenplan verkrijgt men direct een beter resultaat. Ik heb namelijk de neiging om de plannen zo klein mogelijk te maken. Soms gaat dit dan ten koste van het uiterlijk. De volgende pagina toont dit effect.

Deze pagina beschrijft hoe het veranderen van thema ook tot een beter resultaat kan leiden. Tevens wordt getoond wat de effecten zijn wanneer men een baanplan gaat gebruiken voor een andere schaal.

Bovenstaand baanplan is meer een theoretische oefening. Op 1  is in H0 niet veel onder te brengen. Deze obligate lokaalbaan heeft (te) weinig mogelijk­heden tot rangeren. De gebogen opstel­sporen zullen tot problemen met het koppelen leiden. De inhaalsporen zijn te kort. Wel heb ik een aansluiting met de buitenwereld verzorgt. Hier kunt u treintjes naar een (afneembaar) opstel­spoor dirigeren en daar met de hand verwisselen. De steenslagfabriek is ook aanwezig waar een industriespoortje voor de toelevering zorgt. Het plan is eigenlijk alleen een leuke “gimmick” voor een tentoon­stelling. De gebruikte rails zijn van PECO uit het Setrack programma.

Een veel toegepaste methode om een aanvaardbaarder geheel te krijgen is de “ombouw” naar smalspoor. Omdat in de werkelijkheid bij smalspoor alles ook kleinschaliger is, vallen de bovengenoemde gebreken niet zo op. Wanneer u een baan herontwerpt voor smalspoor, kunt u meestal hetzelfde sporenplan op een kleinere oppervlakte kwijt. In dit geval zou ik het niet doen, omdat dan het geheel wel erg postzegelachtig wordt. U kunt zelf wel een en ander uittekenen.

TrammaterieelH0 tramlijn
[100×100 cm²]
 Halte “Marktplein”
 Postkantoor
 Remise
 Aansluiting buitenwereld

Ik heb het ontwerp ter hand genomen en omgebouwd naar een ander thema: een stadstram. In de werkelijkheid kennen stadstramlijnen krappe bogen en dat komt mooi uit, want op onze 1  kunnen we alleen krappe bogen kwijt. De steenslagfabriek is vervangen door een remise, waar u uw tramstellen kan opstellen. Een klein beetje goederenvervoer wordt verzorgt door de posterijen. Vroeger reden er wel eens postwagens mee met de tram. Die kunnen bij punt  worden geladen en gelost.

Ook dit plan heeft aansluitingen met de buitenwereld. Het zou zelfs mogelijk zijn meerdere 1  trambanen te maken en deze dan als een soort tegels aan elkaar te koppelen.

 Onderstaande foto toont HTM tram 3021 in de Van Boetzelaerlaan in Den Haag op 23 april 2009.

Den Haag: Van Boetzelaerlaan, tram 3021

De baan blijft ook met dit thema behoorlijk klein. In werkelijkheid zou deze baan een oppervlakte van 87×87  beslaan. Dat is niet veel. Ook hier is alles dus gedrongener weergegeven. Wat de Amerikanen “selective compression” noemen. Je beeldt na wat interessant is en alle loze tussenruimten wordt weggelaten.

TrammaterieelIIm tramlijn
[240×240 cm²]
 Halte “Stationsplein”
 Postkantoor
 Remise
 Halte “Park”
 Aansluiting buitenwereld
 Mangat voor bereikbaarheid

Op de vorige pagina beschreef ik hoe een baan in een grote schaal al gauw veel ruimte in beslag neemt. Bij dit ontwerp is de tramlijn opgeschaald naar schaal 2m (meterspoor op 1:22,5). Deze schaal wordt geleverd door LGB. LGB levert ook tramstellen en deze zouden hier goed ingezet kunnen worden. De baan kan worden opgebouwd uit vier delen van 1,2×1,2 . Hierdoor is de baan nog enigszins transportabel. Wanneer een baan een dergelijke grote oppervlakte krijgt van 2,4×2,4 , vallen de ongerijmdheden niet zoveel meer op. Kan het oog een baan met een oppervlakte van 1  gemakkelijk overzien, hier wordt het niet meer goed mogelijk. En kunnen we het stadslandschap nog meer comprimeren. Theoretisch zou het opschalen van een baan van 1×1  in 1:87 (schaal H0) leiden tot een baan van 4×4  in 1:22,5 (schaal 2). Dat is een flinke kamer vol. Maar ik geloof dat de kleinere oppervlakte van 2,4×2,4  ook een overtuigend resultaat geeft.

Om de illusie te geven van een tram die door de stad rijdt, heb ik langs de rand façades geplaatst. Hierdoor lijkt het alsof de tram tussen de gebouwen door rijdt. Wanneer de gebouwen drie verdiepingen hoog zijn zal volgens mij het effect duidelijk waarneembaar zijn. De baan kan ook gebruikt worden als “rondom” baan. Er dient dan wel een mangat in het middel te komen waar de toeschouwer kan staan. Deze heeft dan het gevoel midden in het landschap te staan. Zeker bij banen met een groter oppervlakte wordt dit ook noodzakelijk om alle delen binnen handbereik te hebben.

 Als toegift heb ik de baan getekend in schaal N met PECO rails. Ik heb de meegebogen wissels vervangen door gewone exemplaren. Daardoor wordt de opzet wat ruimer en is een wat realistischer uiterlijk mogelijk. Ik heb geen stadslandschap ingetekend, ik neem aan dat zelf wel kan verzinnen.

N tramlijn
[85×50 cm²]

— Advertentie —