Ontwerp van kleine model­spoor­banen

Railhobby ontwerp­wedstrijd

Baanplan Railhobby ontwerpwedstrijd
[200×120 cm²]

Dit ontwerp is gemaakt voor de Railhobby Ontwerpwedstrijd 2005. Als eervolle vermelding is het ontwerp gepubliceerd in het nummer van februari 2007. Doel van de ontwerpwedstrijd was een baanontwerp te maken in schaal H0 voor een oppervlak van maximaal 200×120 cm² en met maximaal zes wissels.

Het sporenplan beeldt een splitsingsstation van een zijlijn uit. Naast personenvervoer is er ook bescheiden goederenvervoer, waarbij de goederenloods naast het stationsgebouw stukgoederen afhandelt. Een raccordement bedient naar een fabriekje, verlaadplaats of iets dergelijks. Gezien de grootte van de baan en de opbouw van het sporenplan zijn twee treinen het maximum. Een personen­trein en een goederen­trein zijn standaard, maar interessanter zijn goederen­treinen met personenvervoer of personen­treinen met goederenvervoer. Is er onderweg ook wat te rangeren, al moet daarvan niet teveel verwacht worden met twee goederensporen. Gezien de korte perron­sporen en de relatief steile hellingen (tot 50‰) zijn alleen korte treinen mogelijk.

Het railplan is ontworpen met het C-railsysteem van Märklin. Dit railsysteem kent geen flexibele rails, toch heb ik getracht starheid in het ontwerp te vermijden.

 Speciale zorg dient besteedt te worden aan het spoor dat onder het station langs gaat. Het ontwerp gaat uit van een minimale doorgangshoogte. De doorgangshoogte dient minimaal 59 mm te zijn voor het onderste spoor, volgens NEM. Samen met de plaatdikte en de hoogte van de railbedding geeft dit een hoogteverschil van 80 mm. Onderstaande schets geeft aan hoe alles net past bij een plaatdikte van 10 mm. (BS = Bovenkant Spoor).

Schets onderdoorgang

Het maakt in principe niet uit welk besturingssysteem deze baan krijgt. Maar aangezien digitale systemen bij de nieuwe modellen en sets van Märklin standaard zijn, is er geen reden om niet digitaal te rijden. Hiervoor is de “Mobile Station” van Märklin voldoende. Wissels en seinen kunnen bij een dergelijke eenvoudige baan conventioneel bediend worden, dat wil zeggen met schakelaars en draden naar wissels en seinspoelen. De seinen kunnen stopsecties schakelen, maar dit is bij een digitaal systeem niet noodzakelijk voor het exploitatieconcept. Gewoon goed opletten als modelmachinist!

Dit exploitatieconcept vond plaats ten en met tijdperk III, eindigend in de jaren 1970. Leuker is het nabeelden van een zijlijn uit tijdperk II, toen er veel meer spoorwegmaatschappijen waren die zijlijnen exploiteerden. De lokale treintjes uit deze periode waren zelfs korter dan die uit latere perioden. Korte treinen komen het meest tot hun recht bij het station met zijn korte perron­sporen. Gezien het uitgebeelde tijdperk is stoomtractie het meest voor de hand liggende. Vanaf de jaren 1950 kan dieseltractie in de vorm van railbussen worden gebruikt.

Bij een splitsingsstation wordt meestal, ook bij een zijlijn, enige vorm van signalering toegepast. Volstaat bij haltes en eenvoudige stationnetjes signalering met borden, zijn hier seinpalen meer op zijn plaats. Niet alle inrijseinen zijn te zien, omdat deze buiten het zichtbare gedeelte van het sporenplan vallen (achter de tunnel). Op de tekeningen staan nummers van Märklin seinen vermeld.

Op een klein oppervlak van iets meer dan twee vierkante meter is een heuvelachtig landschap het meest bruikbaar. Hierdoor is het mogelijk tunneltrajecten te gebruiken om het sporenverloop enigszins te maskeren. Hoge bergen zijn niet geloofwaardig op een dergelijk oppervlak. In principe kan ieder land met een middelgebergte als voorbeeldland dienen voor dit baanontwerp. Omdat dit ontwerp gebaseerd is op de producten van Märklin, ligt een (West–)Duits voorbeeld het meest voor de hand, omdat Märklin veel rollend materieel levert naar Duits voorbeeld. Bij Märklin is alleen zijlijnmaterieel verkrijgbaar naar Duits voorbeeld.

De onderstaande tekening geeft de railstukken weer die benodigd zijn met hun Märklin artikelnummers. Ook zijn de hoogtes aangegeven (in millimeters), zoals door mijn computer berekend. Het ontwerp is gemaakt met Märklin-software nr. 60521 “Gleisplanung 2D/3D”.

 Hieronder zijn de artikelnummers en hoogtes weergegeven. Waar vlakke stukken baan overgaan in hellingen en andersom, de zogenaamde “verticale bogen”, heb ik korte railstukjes toegepast. Hierdoor kan een min of meer vloeiende overgang worden gemaakt, wat een probleem kan zijn bij het gebruik van starre rails.

Baanplan met railstukken
10×-24064  railstuk recht l=64,3 mm-24071  railstuk recht l=70,8 mm-24077  railstuk recht l=77,5 mm-24094  railstuk recht l=94,2 mm
12×-24107  railstuk boog 7,5° r=360 mm-24115  railstuk boog 15° r=360 mm
16×-24130  railstuk boog 30° r=360 mm-24172  railstuk recht l=171,7 mm-24188  railstuk recht l=188,3 mm
10×-24206  railstuk boog 5,7° r=437,5 mm-24207  railstuk boog 7,5° r=437,5 mm-24215  railstuk boog 15° r=437,5 mm-24224  railstuk boog 24,3° r=437,5 mm
11×-24230  railstuk boog 30° r=437,5 mm-24611  wissel links r=437,5 mm-24671  boogwissel links
 1×-24672  boogwissel rechts
 2×-24912  railstuk boog 12,1° r=1114,6 mm-24977  stootblok l=77,5 mm

 Hieronder is een computertekening van het ontwerp te zien.

Aangezicht 1

 En hieronder nog een indruk van hoe de baan eruit kan komen te zien. De wegen kunnen gemaakt worden met het Faller Car System. Hierbij kan bijvoorbeeld een lijnbus rijden tussen het station en de kerk en terug.

Aangezicht 2

— Advertentie —